Op een willekeurige koude, zonnige dag herpak ik mijzelf. Althans ik doe een poging.

Ik wil afstand nemen van het humeur van gisteren. Als ik weer denk aan de trekkende kracht van de blubber in mijn ziel, zit ik er zo wéér in. Mijn benen sleepte ik achter mij aan, niet wetend waarheen. Vandaag wordt anders, dat neem ik mijzelf nu maar voor.
In de spiegel lach ik vriendelijk naar mezelf, en dan poets ik maar mijn tanden.
Twee minuten lang overdenk ik mijn zware gevoelens van de dag ervoor.
‘Wat was er gisteren nou mis met me?’ Na mijn ochtendritueel, lacht ik nogmaals
naar mijzelf in de spiegel. Tot nu toe geen verschil.

Ik stap naar buiten voor een ochtendwandeling. Wind giert door mijn jas. Mijn sjaal knelt om mijn nek. Daar ga ik dan. Al jaren wandel ik dezelfde route. Ik ken de weg, ook in het donker. Tijdens deze wandeling kan ik mijn gedachten alle ruimte geven.
Ik ga in gedachten terug naar gisteren. Tijdens een snelle boodschap in de supermarkt, raakte ik verwikkeld in een vervelende situatie. Ik had geen tijd voor een gesprek en luisterde ook niet goed. ‘Luister je wel’ zei ze, dat ben ik maar gaan doen. Iets is wat ze zei, gaf me een naar gevoel. Ze zei iets van: ‘Snap je eigenlijk wel wat ik zeg… Ik kan geen nee zeggen….…dan voel ik me schuldig…’De rest heb ik niet meer gehoord. Mijn humeur veranderde plots. Ik had haast en sloot het gesprek af.
Ik belandde in een trigger. Ik leg het even uit. Lees mee:

Mijn ervaringen liggen in het verleden. Er is een geschiedenis. Daar gebeurde dingen. Daar ligt een puinhoop, en daar liggen ook andere herinneringen. Hier liggen ook vele leerprocessen. Je kunt van dingen leren, die niet goed voor je zijn. Wat ik toen geleerd heb, klopt niet, zoals ik er nu, vandaag aan terug denk. Toch klopte het toen wel. Ooit had ik andere waarden en normen. Ik dacht anders door mijn ervaringen van destijds. Ik trok andere conclusies. Bijvoorbeeld: ik werd gepest op de lagere school. Dat was echt niet fijn. Kinderen wachten me op buiten het schoolplein. Het is niet gezien. Ik hoopte op hulp. Ik was bang voor het gepest. Ik had angst voor hoe de kinderen op school naar mij keken. Omdat zij zo akelig tegen mij deden, ontwikkelde ik bepaalde gedachten over mijzelf. Ik had de overtuiging gecreëerd, dat ik niet spoorde, erg dom was en er belachelijk uitzag. Dat het eigenlijk een schande was om met mij te spelen. Het gevolg van het pesten was, dat ik mijzelf niet meer de moeite waard vond. Ik heb dit jaren geloofd en raakte heftig van de wal in de sloot.
Ik denk dat iedereen dit snapt in hoe ik het NU uitleg. Dit was destijds mijn waarheid.

Welk deel van ‘toen’….zit in mijn gedrag en gevoel van nu? Dat boeit mij. Ik denk na….Ik hoopte op begrip. Ik hoopte dat iemand zag hoe ik gepest werd en dat iemand het voor mij opnam. Ik voelde me slecht. Ik zocht erkenning. Ik zocht hulp: kon niemand mij helpen destijds, of redden? Ik voelde de enorme trekkracht naar de grote angst om eeuwig eenzaam te zijn. Wat voelde ik me toen enorm eenzaam….Nu weet ik dat nog, mijn herinnering van toen. Ik kan het gevoel zo weer oproepen.
Ik kan het precies beschrijven.

Wat heeft het met nu te maken? Als ik iets meemaak, een gevoel wat mij ergens linkt aan het gevoel van toen. Het kan een fractie van een gebeurtenis zijn. Dan voel ik dezelfde trekkracht van toen… Terwijl de situatie NU anders is. Het heeft niet met ‘toen’ te maken, maar gewoon met hoe het nu is. Ik snap dat. Inmiddels kan ik het ook voelen hoe dat is. Ik kan er verdriet om hebben en weer laten voor wat het is.

En nu is deze dag. Ik kan dit weten en beseffen en loop stap voor stap verder in het nu. De wind ruist. Ik kan het horen. De zon is fel, ik kan het zien. De winter ruikt grondig. Ik kan ruiken. En ik kan voelen, het begint hard te regenen. Ik loop en ik beweeg, ik besef en ik voel mij blij. Zo blij. Ik geef mezelf maar eens een lach. En dát is het verschil.

Susan Veenstra