Je loopt risico. Je bent bang. Je trekt je terug. Je bent op je hoede. Je bent alert op signalen. Nee, er is geen ontspanning. Er is wantrouwen, ongemak, je geeft mensen het gevoel dat ze het niet goed kunnen doen bij je. Je benadert ze met twijfel, eerst maar eens bewijs van vertrouwen voor je je kwetsbaarheid laat zien. Welke bewijs weet je niet. Er is altijd wat te vinden om je vertrouwen te ondermijnen.

Er is een reden voor het wantrouwen, natuurlijk is er een reden. Die ligt ergens verscholen in je verleden. Je vertrouwen is beschadigd. Je hebt ervaren dat vertrouwen hebben een risico met zich meebrengt, namelijk gekwetst worden. Nu wil je dit voorkomen. De mensen om je heen moeten eerst maar eens bewijzen dat ze te vertrouwen zijn. Je houdt afstand. Ieder haarscheurtje geeft een trigger waardoor het tegendeel is bewezen: afgeschreven.

Wat overblijft ben jij, alleen, het negatieve gevoel groeit. Je ziet bewijzen om je heen. Doordat je gelooft, of eigenlijk niet meer gelooft in de mensen om je heen. Er is altijd iemand die je verhaal doorvertelt, je niet goed behandelt…Je gevoeligheid groeit. Nu bescherm je jezelf.

Je staat in de rij bij de kassa. En ja hoor. Iemand kijkt op die ene manier….Je (denkt) dat je het doorziet. En hij gaat ook nog stiekem voor bij de kassa. Zie je wel: bewijs geleverd. Hoe meer je je hierop focust, hoe minder je ziet van de wereld. Je oogkleppen sluiten zich. Als jij aan de beurt bent, krijg je de kassacontrole en heel je weekboodschappen worden gecontroleerd. Zie je wel…je wist het.

Precies waar je bang voor bent (mensen zijn niet te vertrouwen) ervaar je als heel erg waar. Je straalt het uit. Mensen zien je wantrouwen, voelen de (vooringenomen) afwijzing. Ze gaan uit de weg. Zijn op hun hoede, voelen misschien de spanning. Voelen het ongemak en lopen op eieren bij je. Jouw reden in het verleden is hetzelfde…je liep op eieren. Je paste je misschien aan, aan iemand die jouw vertrouwen heeft misbruikt.

Wat ontneem je jezelf: de ervaring van de wereld, van de dingen die mooi, verrassend en blij zijn. Het risico bestaan dat je teleurgesteld wordt. Je ruikt aan een bloem en er heeft net een hondje overheen gepiest. Jammer: weer teleurgesteld. Je loopt treurig naar huis. Je ziet nu een heleboel niet. Je loopt ook geen risico. Je bent al teleurgesteld.

Stel dat je je uitgangspunt verandert: Er is altijd een andere bloem om aan te snuffelen. Een risico loopt je altijd, en dat is oké. Je kan het hebben. Je bent in staat om verder te kijken, verder dan je teleurstelling. Alles loopt altijd anders dan jij in gedachten had. Een vriendschap ook. Je hoeft de ander niet op een weegschaal te leggen. Ook jezelf niet. Je kan verrast worden, of teleurgesteld. Dan zie je verder. Dan kijk je verder. Daar ligt gewoon de rest van de wereld. Zoals altijd. Daar kan je op vertrouwen. Dat is tenminste iets.